maandag 20 november 2017

Er is iets aan de kip met je hand

Een vogeltje dat vliegt,
is een vliegeltje.
Dat hóór je.

En wat is dan een veugeltje?
Dat is... dat is...
dat is datzelfde vogeltje
met een beugeltje!

Een iegeltje,
een biegeltje,
een engeltje
met vleugeltjes,
een ogeltje
wordt vogeltje
en vliegt
- flipflapfloep -
naar Timbantoem
met een pluimpje
aan zijn poep.
Geert de Kockere. Uit: Er is iets aan de kip met je hand. Tekeningen: Nelleke Verhoeff. De Eenhoorn, 2017.
Dierenrijmpjes met woordgrappen: kleuters en beginnende lezers zullen zich verkneukelen wat er met taal allemaal voor ongedachts kan. Sommige versjes zijn wat flauw, maar dat zal de kinderen voor wie ze bedoeld zijn bepaald niet deren.
Vrolijke, spannende tekeningen, losjes in Cobra- stijl, brengen vaart en fleur.
Kinderen worden uitgenodigd de fantasievolle dieren ook zelf te tekenen.
Leeftijd 4+. 

maandag 13 november 2017

Twee vechtende eekhoorntjes

De zomer was om, het werd herfst in het woud.
Het loof kleurde geel en de lucht voelde koud.
Het ijzige winterse weer kwam eraan
en de dieren begonnen hun hol in te gaan.

Behalve een eekhoorn
die Eduard heette.
Hij wilde nog niets
van een winterslaap weten.

Hij maakte geen dekens
van mossen en strootjes,
hij zocht niet naar zwammen,
hij raapte geen nootjes,
hij legde geen voorraden
eikeltjes aan,
zoals alle dieren
al hadden gedaan.

Nee, Eduard was
een heel zorgeloos beest.
Voor hem was de zomer
één eindeloos feest.

Zijn kast raakte leeg,
al het eten was op.
Rachel Bright. Uit: Twee vechtende eekhoorntjes. Illustraties Jim Field. Gottmer, 2017.

Een variant op de bekende Aesopus-fabel van de mier en de krekel in dit boek, maar met een heel andere uitkomst. De boodschap van twee vechtende neven, die elkaar na een spannend avontuur de hand reiken ligt er duimendik bovenop: samen delen is leuker. Maar de teksten zijn inventief, soepel en geweldig, ritmisch en rijmend, vertaald door Bette Westera.
De beweeglijke, heldere tekeningen voeren het spanningsniveau  flink op.
Dit is het derde prentenboek van dit duo (voor  Leeuw in de muis, klik hier) en het niveau is onverminderd hoog. 

Leeftijd 2+

maandag 6 november 2017

Boer Boris en het gebroken been

'Boer Boris, help!' roept zusje Sam. 'Er is een ongeluk!
Berend viel uit de appelboom en kijk, zijn been is stuk.
Hij kan er niet op staan. Hij kan er niet op lopen.
We moeten naar de winkel om een ander been te kopen.'

Boer Boris zegt: 'Een been kun je niet kopen.
We moeten naar het ziekenhuis! Ik bel met 1-1-2.
Dan komt de ambulance en die neemt ons broertje mee.'

Daar rijdt de ziekenauto met sirene door de stad.
Tatoe, tatoe, tatoe! O, wat een hoop lawaai is dat!
Ted van Lieshout. Tekeningen Philip Hopman. Gottmer, 2017.
En zo komt broer Berend in het ziekenhuis waar hij zelf de kleur van zijn gips mag kiezen, maar zich later in zijn ziekenhuisbedje ook heel eenzaam voelt en zijn broertje en zusje en de dieren van de boerderij vreselijk mist. Gelukkig heeft boer Boris daar iets heel slims op bedacht.
De makers van de populaire Boer Boris-serie zitten niet stil, dit is alweer het negende deel en het is nog steeds net zo leuk, fris en origineel als het eerste deel.
Kom daar maar eens om in prentenboekenseries!
Het duo van Lieshout-Hopman heeft een gouden hand, in veel andere opzichten maar ook ook in de Boer Borisboeken waar inmiddels een hele generatie kleuters verzot op is. Net als hun ouders, want de heerlijk ritmisch rijmende teksten, de veelzijdige, levensechte en vrolijke illustraties en de leerzame onderwerpkeuzes zorgen voor een aangenaam voorleesuurtje.
Om de BoerBorisvreugde compleet te maken zitten er achter in het boek echte BoerBorispleisters.

Leeftijd: 3+

maandag 30 oktober 2017

Was de aarde vroeger plat?

Vroeger was de aarde plat.
Nu zijn er
bergen ruggen
bulten bruggen
heuvels hobbels
builen knobbels
bultrugbulten
en de bulten van muggen
en de bulten op de ruggen van kamelen
en op hoofden na het stoten
kleine grote
kan niet schelen
maakt niet uit
van alles wat.
Nu heeft de aarde bulten zat.
Bette Westera. Uit: Was de aarde vroeger plat? Illustraties Sylvia Weve. Gottmer, 2017.
In een gedicht antwoord geven op een mogelijke kindervraag is het uitgangspunt van dit boek. 

Bette Westera, die al veel prijzen won met haar jeugdpoëzie, en haar inmiddels vaste sidekick Sylvia Weve, eveneens veelvuldig bekroond,  doen waar ze goed in zijn: versjes  (weliswaar overzichtelijk en eenvoudig) vol ritme en eindrijm, de vragen mooi, de antwoorden soms wat melig, maar vaak ook grappig en goed bedacht. Zoals bijvoorbeeld in 'Hoe groot is de aarde?':  Wij zijn luizen op het hoofd van een reus. Of: 'Waarom ben ik mijn broertje niet?':
Als ooit een ander zaadje
in mijn eitje was gekropen
[...]
En als mijn zaadje in een ander ei was gekropen
[...]
Ik zou een kind van papa
en van mama zijn, dat wel. Een kind van elf,
maar niet mezelf.

Veel gedichten gaan over de tijd: 'Kan de tijd echt vliegen?':  Op waaidagen/vliegt de tijd/je om de oren./Op saaidagen/staat de tijd stil.
De illustraties zijn veelzijdig, helder, kleurrijk en van een geweldige inventiviteit, Weve-waardig.
Lekker boek om voor te lezen voor het slapen gaan. De vragen vormen een prettige opmaat voor een ouder-kindgesprek, door het ritme van de versjes vallen oogjes eerder dicht. 

maandag 23 oktober 2017

De cycloop

Een cycloop heeft maar één oog.
Eén oog - hoeveel kun je daarmee zien?

Eén oog had de cycloop,
en daarmee zag hij weinig...

In het dorpje Spitskruim wist
er niemand dat zoiets bestond.

In Spitskruim had iedereen twee, of zelfs meer ogen.
En iedereen deed alles voor elkaar.

De rode kruisspin verzorgde de zieken.
De waterjuffer deelde glazen drinken uit.

[...]
Daan Remmerts de Vries. Uit: De cycloop. Illustraties: Floor Rieder. Gottmer, 2017.
'Gruwelijk eng' is dit jaar het Kinderboekenweekthema, en dit prentenboek met prettig sobere teksten over de eenogige cycloop uit Homerus Odyssee past daar wonderwel in.
Het monster ziet slecht en vertrapt zo een deel van het dorpje Spitskruim, waar iedereen elkaar altijd helpt. Ze hebben medelijden met het eenzame, gruwelijk lelijke wezen en helpen hem aan een bril.
Maar eens een monster, altijd een monster en de cycloop vertrapt, zodra hij goed kan zien, "kwakend van plezier" het hele dorp. Verrassend genoeg blijven de dorpelingen hem zielig vinden:
"De burgemeester keek de cycloop na totdat hij was verdwenen. 'Die arme meneer,' zei hij toen. 'Daar gaat-ie weer. Helemaal alleen.'"
Een interessant gegeven in een kinderboek. Wie is hier het zieligst, de verwoestende cycloop die zo alleen is, of de aardige dorpelingen die geen huizen meer hebben maar wel altijd voor elkaar zorgen?
De illustraties zijn stripboekachtig en in linoleumdruk in de  inmiddels voor Floor Rieder - in 2014 bekroond met een Gouden Penseel voor Het raadsel van alles dat leeft -  kenmerkende stijl.
Daar moet je van houden en de pagina's zijn vaak te vol details waardoor ze soms gaan dansen voor je ogen. Toch: d
e platen zijn totaal niet lief, en dat past precies bij het verhaal.

maandag 16 oktober 2017

Roltrap naar de maan

Mijn vader zegt dat hij geen moeder heeft,
hij is gevonden op de maan.
Twee astronauten zagen hem
daar op z'n handen staan.
Hij is mee terug gevlogen
en in de achtertuin geland.
Mijn moeder werd meteen verliefd,
dus hij bleef in Nederland.

Mijn vader is een leugenaar,
hij kan fantastisch liegen.
Wat los zit liegt hij aan elkaar,
hij kan iedereen bedriegen.
Mijn vader is een leugenaar.

Mijn vader heeft een jumbo jet,
daarmee vliegt hij naar zijn werk.
En voor hij naar kantoor gaat,
draait hij drie keer om de kerk.
Hij zwemt zo de Noordzee over
met zijn handen op zijn rug.
Dan tikt hij aan bij Engeland
en zwemt onder water terug.

Mijn vader is eigenlijk de koning,
hij is de broer van Beatrix.
Maar hij wil niet op de gulden
en regeren vind ie niks.
Hij is ook goed bevriend met God,
ze spelen elke zondag schaak.
Laatst nog heeft mijn vader
God in een zet afgemaakt.

En wie dit lied gelooft,
is niet goed bij zijn hoofd.
Want ik ben hier de grootste leugenaar.
Ik heb de boel bedrogen,
van A tot Z gelogen.
Ik heb niet eens een vader
en de rest is ook niet waar.
Echt waar!
Harrie Jekkers en Koos Meinderts. Uit: Roltrap naar de maan. Illustraties Annette Fienieg. Met cd van het Klein Orkest. Rubinstein, 2017.
Dit boek bevat alle kinderliedjes van Klein Orkest, en de teksten zijn nog steeds fantastisch. Zo zou meer poëzie voor kinderen moeten zijn: grappig, origineel, talig en gedurfd. Geen laffe rijmpjes maar teksten die voortdurend verrassen en je op het verkeerde been zetten en hier en daar ook knoeperdhard zijn, op een goede manier. Vaderloosheid, zoals hierboven, komt achteloos even voorbij, er is een kinderverslinder die graag 'dwarsgebakken kind in wijn gesmoord' eet, een spin wordt uitgebreid bekeken en bevraagd, maar tenslotte wordt gedreigd hem drie van zijn acht pootjes uit te trekken, als hij niet snel weggaat. Een vleugje maatschappijkritiek over een jongetje dat te veel eet en meisje met honger, en ook de geweldige Ballade van de Dood staat erin.
Een klein foutje: ergens komt het woord gulden voor. Dat doet erg gedateerd aan, en had gemakkelijk in 'euro' veranderd kunnen worden.
De tekeningen zijn in de van Annette Fienieg bekende speelse, bijna huiselijke, stijl.
Klein Orkest kreeg in 1986 een Edison voor Roltrap naar de Maan en vanaf november gaat Harrie Jekkers de theaters in met Klein Orkest met o.a. een paar liedjes hieruit. 

maandag 9 oktober 2017

Dikkertje Dap

Dikkertje Dap klom op de trap
's morgens vroeg om kwart over zeven
om de giraf een klontje te geven.

Dag Giraf zei Dikkertje Dap,
weet je wat ik heb gekregen?
Rode laarsjes voor de regen!

 't Is toch niet waar, zei de giraf,
Dikkertje, Dikkertje, ik sta paf .

Oh Giraf, zei Dikkertje Dap,
'k moet je nog veel meer vertellen:

 Ik kan al drie letters spellen:
abc, is dat niet knap?

Ik kan ook al bijna rekenen!
Ik kan mooie poppetjes tekenen!

Lieve deugd, zei de giraf,
kerel kerel, ik sta paf.

Zeg Giraf, zei Dikkertje Dap,
mag ik niet eens even bij je
stiekem van je nek af glijen?

Zo maar eventjes voor de grap,
denk je dat de grond van Artis
als ik neerkom heel erg hard is?

Stap maar op, zei de giraf,
stap maar op en glij maar af,

Dikkertje Dap klom van de trap
met een griezelige grote stap.
Op de nek van de giraf
zette Dikkertje Dap zich af, 

roetsjj, daar gleed hij met een vaart
tot aan 't kwastje van de staart.

Boem!  Auw!!

Dag Giraf, zei Dikkertje Dap.
Morgen kom ik weer hier met de trap.
Annie M. G. Schmidt. Uit: Dikkertje Dap. Tekeningen Noëlle Smit. Querido, 2017.
Afgelopen week ging de film Dikkertje Dap in première. Uitgeverij QueridoKind brengt daarbij een speciaal boek uit met de tekst van het beroemde liedje van Annie M. G. Schmidt zodat ook nieuwe generaties kinderen kunnen kennismaken met dit ikoon.
De tekst is een beetje gestroomlijnd waardoor je net niet mee kunt zingen. De tekeningen van Noëlle Smit zijn nostalgisch, lief en overzichtelijk.
Leeftijd 4+.

maandag 2 oktober 2017

Waar de wind waait

Toverachtig
Omhoog, omhoog
ik wil omhoog
Zo hoog als vliegtuigen
meeuwen, spreeuwen, duiven
Steeds een treetje
klimmen in de lucht
Wie durft er mee op mijn vlucht?

Prachtig, machtig, toverachtig
kijk ik recht, recht naar omhoog
De mooiste kleuren van de wereld
zitten in de regenboog
Ik wil ze pakken
in mijn zakken
en ze meenemen naar huis

Maar als het zo blijft regenen
blijf ik vandaag toch liever thuis
Brenda Heijnis. Tekeningen Esther Leeuwrik. Clavis, 2017.
Mooi dat uitgeverij Clavis jeugdpoëzie uitbrengt en nog wel zo'n mooi stevig boek met grote kleurplaten.
Maar waarom in vredesnaam van die matige, slappe versjes? Er zijn zoveel goede Nederlandstalige jeugddichters!
De rijmen in 'Waar de wind waait' zijn voorspelbaar en van bedenkelijk niveau, van ritme of metrum is geen sprake, de taal blijft steken in alledaagsheid, de onderwerpkeuze is nergens bijzonder, er is geen spel met vorm en inhoud.
Jammer, zo veel moeite voor zulk ondermaats werk. De tekeningen zijn wel vrolijk, kleurrijk en beweeglijk.
Leeftijd: 3+

maandag 25 september 2017

Ben niet bang (voor de wilde dieren)

Niet schattig
In dit boek vind je allerlei griezeldieren. Als je niet bang bent voor spinnen, dan misschien toch wel voor een krokodil, schorpioen, gifslang, tijger of haai.
Of misschien ben je banger voor steekbeesten die je gewoon in de buurt kunt tegenkomen, zoals teken, kwallen en wespen. Ook daar kun je over lezen.
Je kunt dan zelf uitmaken hoe eng of gevaarlijk ze zijn.
Ook zul je dieren tegenkomen die gevaarlijker zij dan je dacht. Dieren die er schattig uitzien maar niet zo schattig zijn, zoals de panda en het nijlpaard.
[...]
Dieren die eng doen
Levend vlees
Een horzel is een vlieg zonder mond en zonder angel. Hij kan dus niet bijten of steken. Zelf is de horzel dan ook niet eng, maar zijn kinderen - maden - zijn dat wel. Anders dan de maden van bromvliegen, die van vlees van dode dieren leven, eten horzelmaden vlees van levende dieren. Van een hert bijvoorbeeld. Ze leven onder de huid. Op hun woonplek ontstaat een flinke bult. Als de maden groot genoeg zijn, kruipen ze naar buiten om zich te verpoppen. De runderhorzel leeft in Europa. In tropisch Amerika heb je de mensenhorzel. Die heet zo omdat zjin maden ook weleens in mensen leven. Freek Vonk nam er drie mee naar Nederland. Ze zaten in zijn been.
Geert-Jan Roebers. Uit: BEN NIET BANG voor de wilde dieren. Over spinnen, slangen, haaien en andere griezels. Illustraties Wendy Panders. Gottmer, 2017. 
Een boek over extreem verschillende wezens als de teek en de wenkkrab, de vogelspin en de zweefvlieg, de olifant, de luis en de pissebed, de zwarte kraai, de potvis en de gorilla, de malariamug en de Californische condor heeft een probleem.
Hoe breng je al die dieren bij elkaar? 
De insteek van dit boek is: het zijn allemaal op de een of andere manier griezels, volgens de makers van dit boek. 
Of iedereen dat met ze eens is valt te betwijfelen. Een gorilla mag dan eng zijn als je er een in het wild tegenkomt, dat zal toch weinig mensen overkomen en is bovendien van  een heel andere orde dan een teek, die tijdens een onschuldige boswandeling ongevraagd en ongemerkt in je kuit kruipt, waardoor je een invaliderende ziekte als Lyme kunt oplopen.
Onderverdeeld in hoofdstukken als 'Gevaarlijke schatjes', Smerige beesten', Dieren die eng doen' , Dieren met een slechte naam' en 'Onschuldige griezels' en nog zo wat categoriëen komen de dieren en hun gevaren en leefwijzen voorbij.
Het geheel is een indrukwekkende, vrolijke en ook licht smerige verzameling van feiten en feitjes, vieze, mooie, grappige en afschrikwekkende tekeningen en foto's.
Kinderen die graag over dieren lezen en griezelige dieren niet erg vinden zullen hiervan smullen. Sommige anderen zullen het wellicht gruwend wegleggen.
Een eclectisch, grappig leerzaam boek.


maandag 18 september 2017

Dag Poes!

Hondenweer
Heb ik dat weer,
dit is toch geen buitje meer.
De regen komt met bakken neer.
Dit is wat je noemt nou
HONDENWEER!

Ik ga gauw naar binnen
bij de kachel liggen spinnen.
Mies van Hout. Uit: Dag poes! met teksten van Bette Westera, Koos Meinderts, Sjoerd Kuyper en Hans & Monique Hagen. Hoogland & Van Klaveren, 2017. 
Bijna tegelijkertijd met de opening van de expositie 'Kattenliefde' in de Rotterdamse Kunsthal verschijnt het prentenboek 'Dag poes! van Mies van Hout.
Ze tekent hier poezen in al hun onnavolgbare gekkigheid, verbijstering, domheid, hooghartigheid, afweer en onweerstaanbare levensvreugde, in grote kleurige prenten.
Het effect van de platen wordt versterkt door de gedichten, die er fantastisch bij passen en al naargelang droogkomisch, verrukt, diep ontdaan of sluw en afwachtend van toon en sfeer zijn.
Het is een leuk gezelschapsspel om te raden welk gedicht van welke dichter(s) is.
Van wie is het gedicht hierboven, denken jullie?
De oplossing staat onderaan deze pagina. 

Dit is een boek om van te smullen. Geen kattenliefhebber kan dit laten liggen, en poëzieliefhebbers evenmin. Mensen die in beide categorieën vallen doen er goed aan onmiddellijk naar de boekhandel te rennen.





















Oplossing: Het gedicht Hondenweer is geschreven door Koos Meinderts