zaterdag 31 december 2011

Tijd

Als tijd niet echt bestond
dan kon je nooit te laat zijn
dan moest je niet zo rennen
voor die allerlaatste trein

Als uren er niet waren
en jij lag nog in bed
dan kon je nog wat snoezen
geen wekker was gezet.

Als tijd van geen belang was
of 'straks' en 'vlug' of 'even'
dan zouden heel wat mensen
weer rustig kunnen leven.
Raf Missorten. Uit: Een potje tijd. Illustraties Saskia Daniëls. Bakermat, 2007.

donderdag 29 december 2011

Eindejaarsuitverkoop

Ik kocht vandaag een godje
een godje van steen
het stond daar
op een afdankplankje
helemaal alleen
in goudpapier gewikkeld
ging het godje in mijn tas
want met die shitzooi
op de wereld
komen godjes
goed van pas.
Elle van Lieshout en Erik van Os. Uit: Zwemmen met je kleren aan. Scheurkalender jeugdpoëzie, 22 december 2011. Van Gennep, 2010.

maandag 26 december 2011

Vrolijk kerstfeest 2




Denk nou niet :"Ik ben te min, mijn leven heeft geen zin.",
Want de kerst-klok luidt ook voor zo'n ei als jij.
Ook al ben je bajesklant, of van de verkeerde kant,
tegen eind december hou ik ook van jou.

Van Japan tot aan Yokohama, in Laos, India en China.
Maar ook alle Aziaten, vrienden van elkaar.
Op de aarde zijn miljarden mensen,
om van het dubbele nog maar te zwijgen.
Vrede kinderen samen, mensen waarom ?

Blank of bruin of mongool, WAO-er of creool,
wij zijn allemaal gelijk als het ware.
En al zijn je hersens klein, dat is niet erg want zalig zijn,
alle armen van geest en de benen van vrouw van der Leest.

Van Japan tot aan Yokohama, de Tibetanen met de Dalai-Lama.
Maar ook alle Aziaten, vrienden van elkaar.
Op de aarde zijn miljarden mensen,
om van het dubbele nog maar te zwijgen.
Vrede kinderen samen, mensen waarom ?

Buiten tiert de vrede welig, hier in huis worden wij melig,
van de liefde die nu heerst in ons gezin.
In de krant oorlog en ruzie, op TeeVee weer een discussie,
over zelfmoord, waar geen touw aan vast te knopen valt.

Van Japan tot aan Yokohama, op een kampong ergens op Java.
Maar ook alle Aziaten, vrienden van elkaar.
Op de aarde zijn miljarden mensen,
om van het dubbele nog maar te zwijgen.
Vrede kinderen samen, mensen waarom ?
Herman Finkers. Uit: 'Kroamschudden in Maria-Parochie'.

zaterdag 24 december 2011

Kerstavond

De heer zij met u
En mocht
de Heer niet met u zijn
wendt u zich tot een dame
of tot indien u wenst een kind
tot Iets waar u zich meer in vindt
de dingen met of zonder namen
een mus een meesje in een boom
een zijden draadje of een droom
sinds lang die afspraak samen
de wens die u bewaarde
de hemel of
de aarde.
Elle van Lieshout en Erik van Os. Uit: Zwemmen met je kleren aan, scheurkalender met jeugdpoëzie, 24 december. Van Gennep, 2010.

donderdag 22 december 2011

Lekker kerstvakantieboek: Mee met Aeneas

Zoek het moederland waar je voorouders werden geboren,
edele prins. De grond die hen voortbracht zal aan haar gulle
boezem het oude ras dat zij eerder koesterde voeden
en het huis van Aeneas zal de wereld regeren,
van generatie op generatie op generatie.
Imme Dros. Uit: Mee met Aeneas. Tekeningen Harrie Geele. Querido, 2008.
Arion is zanger en woont in Troje. Ook zijn vader is zanger, en zijn overleden broer was het ook. Zijn geboortestad Troje is in een eindeloze oorlog met de Grieken verwikkeld zonder dat het einde in zicht komt. Op een dag mag Arion in het paleis komen zingen. Bijzonder. Nog bijzonderder is dat prinses Kassandra een geheim afspraakje met hem maakt. Jammer genoeg niet voor de gezelligheid. Ze wijst hem een geheime vluchtgang uit de stad en laat hem beloven dat hij daar meteen naartoe zal gaan zodra de Trojanen hun eigen  stadspoort uit de muur halen. Arion begrijpt er niets van maar belooft te doen wat ze vraagt.
Vader-en-zoonproblemen, een vlucht door een geheime tunnel, een lange avontuurlijke zeereis, honger, dorst, moeders, geliefden, verraad: alle ingrediënten voor een spannend verhaal  vind je in dit boek. Hervertelling van het beroemde boek over Aeneas van de Romeinse schrijver Vergilius, door meesterverteller Imme Dros die eerder de verhalen van Homerus nieuw leven inblies.

maandag 19 december 2011

Maandagochtend halfzeven

Het was zo'n gedicht
waarvan ik dacht

daar heeft de dichter
maanden over nagedacht

maar maandagochtend
halfzeven is hij even
opgestaan

heeft wat woorden
opgeschreven en is weer
terug naar bed gegaan.
Erik van Os. Uit: Koe en daarmee koe. Illustraties Piet Grobler. Lemniscaat, 2008.

donderdag 15 december 2011

Als de bomen straks gaan rijden

Wáárom waarom?
Waarom hebben kikkers
nergens haar
en mensen wel?
(Hier en daar.)

Waarom hebben mensen
billen maar geen staarten?
Waarom hebben mama's
borsten maar geen baard?

Waarom staat
mijn neus niet
op mijn buik?
En kan ik niet
hóren wat ik ruik?

Waarom heten wangen
'wangen' en niet 'bips'?
Waarom heeft mijn mond,
mijn hoofd geen rits?

En waarom vraag ik
alsmaar weer waarom
als ik over iets begin?

Wáárom waarom,
klinkt dat nu heel slim?
Of oliedom?
Frank Adam. Uit: Als de bomen straks gaan rijden. Illustraties Milja Praagman. De Eenhoorn, 2011. Leeftijd 5+.
Een nieuwe bundel met kindergedichten: dat is een aangename verrassing. Niet veel uitgevers durven nog jeugdpoëzie uit te geven; de Eenhoorn, die in het verleden naam maakte met rijk geillustreerde boeken met kindergedichten, steekt zijn nek uit. 
Het is een kloek boek met harde kaft, 86 gedichten en kleurige, strakke tekeningen. De hier en daar knotsgekke gedichten van Frank Adams, duizendpotig schrijver van theater- en operateksten, romans, poëzie, fabels en liederen voor kinderen en volwassenen, gaan over alles wat zich in een kinderhoofd afspeelt, van borende waarom-vragen tot grappigscherpe, beetje pijnlijke observaties van ouders en zussen en lekkere viezigheid zoals in het gedicht 'Tien dingen naar keus die je kunt doen met dingen uit je neus' en 'Jeukt de jeuk die jeukt in jou net zoals de jeuk die jeukt in mij?'.  Veel kinderen zullen omrollen van het lachen van deze gedichten.

maandag 12 december 2011

Steen

Er zat een steentje
in mijn schoen
zo eentje
dat net zolang
lastig blijft doen
tot je dan uiteindelijk stilstaat
en het er uiteindelijk
uithaalt

jij vond er
niets meer aan
te doen

een laatste woord
een laatste zoen

ik was zo'n steentje
in jouw schoen.
Erik van Os. Uit: Ik was zo'n steentje in jouw schoen. Gedichten over liefde. DiVers, 2001.

woensdag 7 december 2011

zand

als je achtentachtig wordt
en je spaart vanaf je vierde
al je slaapzand
elke dag een halve gram
dus drie en een halve gram per week
dan veeg je toch maar zo
ruim vijftien kilo uit je ogen.
Hans Hagen. Uit: 27 oktober. Zwemmen met je kleren aan. Scheurkalender voor Jeugdpoëzie. Samenstelling Karel Eykman en Ineke Holzhaus. Van Gennep, 2010.

maandag 5 december 2011

Cadeautje

Hoe moet een cadeautje zich gedragen?
Als een geheim.
Als een pakketje met vragen.
Als iets stiekems,
als een raadsel
met een strik en een lusje.
En vooral
als iets voor mij
en niet voor mijn zusje.

(Sint,
ik vind
dat ik u dit moest laten weten.
Want vorig jaar was u het
denk ik
een beetje
vergeten.)
Edward van de Vendel. Uit: Hoera voor Superguppie. Tekeningen Fleur van de Weel. Querido, 2010.
Dit gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.

vrijdag 2 december 2011

Het roodborstje aan het venster

Het roodborstje pikt aan het venster: tin! tin!
en zegt: Ach, doe open en laat mij er in.
Doe open, lief meisje, 'k weet anders geen raad,
Zo sneeuwt en zo waait het hier buiten op straat.
Ik sterf van de koude, toe, laat mij er binnen,
'k Zal zoet zijn en allerlei grapjes beginnen.

Het meisje deed open en gaf, op haar schoot,
Aan 't roodborstje suiker en kruimeltjes brood.
Wat was toen het vogeltje vrolijk! - het sprong
En danste op haar schouder, het piepte en het zong,
Het vloog van de tafel de kamer in 't ronde,
En dankte 't lief meisje, zo goed het maar konde.

Maar toen het daar buiten zo koud niet meer was,
En 't zonnetje scheen, zat roodborstje voor 't glas.
Het speelde niet langer, maar keek door de ruit,
En piepte zo droevig, als wou het er uit;
Het meisje deed open; wip! vloog het daarhenen,
En was een, twee, drie, in de bomen verdwenen.
J.J.A. Goeverneur (1809-1889). Uit: De Nederlandse Kinderpoëzie in 1000 en enige gedichten. Verzameld door Gerrit Komrij. Prometheus, 2007/Fabelen en gedichtjes. (Goeverneurs Fabelboek). Met 24 plaatjes naar Otto Erelman. Leeuwarden, z.j. (Eerste druk 1835).

maandag 28 november 2011

Een witte Sint?

In het nieuwe prentenboek 'Zie de maan schijnt door de bomen' van Mies van Hout vieren kinderen en  bosdieren een sprookjesachtige witte Sint, met allemaal bekende gouwe ouwe Sinterklaasliedjes tijdens het sneeuwballen gooien, in een razende sneeuwstorm, in gezellige warm verlichte boomhutkamers diep onder een dikke sneeuwlaag. Zo krijg je er echt zin in.
Mies van Hout. Zie de maan schijnt door de bomen. Lemniscaat, 2011. Met cd vol sinterklaasliedjes.

vrijdag 25 november 2011

Lieve Sinterklaas

ik wil graag op het paard
naar Spanje en weer terug
en dat ik dan een keer
bij u logeer
als het van uw moeder mag
en ik wil ook een wereldbol
een echte
waar de mensen niet op vechten
en dan ben ik de baas
dit was mijn brief
dag sinterklaas
Hans & Monique Hagen. Uit: Van mij en van jou. Tekeningen Jan Jutte. Querido, 2007.

maandag 21 november 2011

Mijn naam is Ka.
Ik denk dat ik besta.
Knoop en draad - inderdaad.
Melk en beker - zeker.
Bloem en vaas - sinterklaas.
Schoen en lepel - 'tuurlijk.
Lepel is figuurlijk.
Je kunt er niet van eten.
Dat moet je even weten.
Hol en muis - zo vast als een huis.
Oog en gezicht - allicht.
Mijn naam is Ka.
Ik denk dat ik besta.
Ienne Biemans. Uit: Mijn naam is Ka. Ik denk dat ik besta. Querido 1985/Als je goed om je heen kijkt zie je dat alles gekleurd is. Samenstelling Tine van Buul en Bianca Stigter. Querido 2006.
Dit gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.

donderdag 17 november 2011

Readymade, twee kleuters

Jij was de goeie en ik was de slechte.
Ik wil liever de slechte zijn.
Nee, ik ben de slechte. Jij bent de goeie.
Waarom moet ik altijd de goeie zijn?

Waarom wil jij niet de goeie zijn?
Twee goeien is niet spannend.
Mag ik dan straks de slechte zijn?
Straks. Maar nu ben jij de goeie.
Joke van Leeuwen. Uit: Wuif de mussen uit. Gedichten en beelden. Querido, 2006.
Dit gedicht is geplaats met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.

maandag 14 november 2011

Tip voor Sint Mijn grote Monsterfeest

Spook en slang
in het licht ben ik niet bang
dan speel ik met een spook
en dans ik met een slang
maar in de nacht is het zo stil
en het donker duurt zo lang
papa komt naar boven
hij pakt het spook en vangt de slang
hij neemt ze mee
en trekt ze vlug door de wc
maar morgen in het licht
dan ben ik niet meer bang
dan speel ik met een spook
en dans ik met een slang
Hans Hagen en Monique Hagen. Uit: Mijn grote Monsterfeest. Leopold, 2011.
Nooit meer bang voor monsters? Keukenmonsters, mini-monsters, heksen, krokodillen, een gobbelgobbelmonster, een monsterfeest waarop een jongetje zich verkleedt als monster zodat de andere monsters hem niet zullen opeten en meer :  in 'Mijn grote Monsterfeest' buitelen grappige monsterverhalen, enge monstergedichten, monstermoppen en prachtige monstertekeningen over elkaar. 
Het puikje van de Nederlandse kinderboekenschrijvers, -dichters en -tekenaars heeft zich uitgeleefd:  Harrie Geelen en Imme Dros, Rindert Kromhout, Hans en Monique Hagen, Milja Praagman, Hanna Kraan, Annemarie van Haeringen, Theo Olthuis, Dolf Verroen, Lydia Rood, Harmen van Straaten, Jacques Vriens en veel anderen.
Het resultaat is een spannend, dik, vrolijk, afwisselend (voor)leesboek over monsters. Echt een boek voor Sinterklaas. Leeftijd 4-12
Meer info Mijn grote Monsterfeest

vrijdag 11 november 2011

Sint Maarten

Enge kinderen, enge kinderen
Haarlemse kinderen zijn eng.
Ze staan voor V&D te zingen.
Ze staan voor V&D te springen.
En ze zingen:
Een houten auto is een kreng.
Een houten brug is niks.
Speelgoed moet van plastic zijn.
Plastic auto's, die zijn fijn.
Plastic schommels, plastic wips,
Plastic pannenkoekenmix,
plastic patat en plastic kauwgom,
plastic vaders, plastic ooms
en een plastic vriendje Piet.
Maar houten speelgoed,
houten speelgoed,
houten speelgoed willen we niet.

Enge kinderen, enge kinderen.
Haarlemse kinderen zijn eng.
Ze staan voor V&D te zingen.
Ze staan voor V&D te springen.
Haarlemse kinderen zijn eng.
Henk van Kerkwijk. Uit: De Nederlandse kinderpoëzie in 1000 en enige gedichten. Verzameld door Gerrit Komrij. Prometheus, 2007.
Het is vandaag Sint Maarten. Kinderen gaan met hun lampions langs de deuren en zingen een liedje om snoep. De heilige Maarten of Martinus (316) was officier in het Romeinse leger toen bij de stadspoort van Amiens een naakte bedelaar hem in Christus naam om een aalmoes vroeg. Maarten scheurde zijn mantel in tweeën en gaf de helft ervan aan de bedelaar. In een droom zag hij de nacht erna Christus zelf in zijn mantel. Maarten verliet het leger, wijdde zijn leven aan God en werd zelfs bisschop van Tours.
Hij werd beschermheilige van reizigers en rondtrekkende kooplui; van armen, bedelaars en bekeerde dronkaards; van herders, boeren, wijnbouwers, kinderen en van het vee. Op zijn naamdag kregen de kinderen vrij van school en was het gebruikelijk ze  te trakteren op lekkers. Ook maakten stadsbestuurders op die dag door klokgelui brooduitdeling aan de armen bekend. In 1380 gebeurde dit bijvoorbeeld bij de Wittevrouwenpoort in Utrecht.
Meer lezen? Sint Maarten

woensdag 9 november 2011

Ouderen zijn het gelukkigst

ALLES GOED
Leuk aan zo lang al samen
is dat je bij elkaar
als relaxed vlooiende apen
gezellig, ongehaast
steeds weer wat ouds ontdekt.
Anton Korteweg. Uit: Ouderen zijn het gelukkigst. Meulenhoff, 2010.
De opa en oma van Jongetje van Tien en Jongetje van Een zijn vandaag 50 jaar getrouwd. Van harte gefeliciteerd.

maandag 7 november 2011

Draak!

Als ik nu een draak was kwam er
stoom uit mijn twee oren

sissend schuim droop van mijn schubben
bliksem rolde van mijn tong

donder tolde rond mijn lippen
hete damp sloeg van mijn staart.

Maar ik ben
geen draak. Ik wacht

tot ik jou niet meer wil schroeien
vuur en as op je ga sproeien

smurrie in je haar wil doen
in elk neusgat een citroen, in je bed een schorpioen.

Tot de gloeiende orkaan die
jou aan de kant wil vegen is gezakt naar windkracht negen

tot mijn sneeuwstorm poolwind is, hagel, regenbui,
jij niet sneeuwblind word maar halfslag tranend als van ui.

Ja ik wacht. Tot ik niet meer toe wil slaan.
O wat heb jij een geluk dat draken niet bestaan.
Diet Groothuis. Uit: Vijf draken verslagen.  Querido's Poëziespektakel. Verzameld door Ted van Lieshout. Meerdere illustratoren. Querido, 2011.
Normaal schrijf ik zelf recensies. Maar dit keer krijgen jullie die van Jaap Friso te lezen. Waarom? Omdat ik er net zo over denk als hij. Dan is het onzin om hetzelfde twee keer op te schrijven. Met dank aan en met toestemming van JaapLeest 
Het poëziespektakel is een fraaie en nuttige catalogus
Honderzesenveertig gedichten geschreven en vijfenveertig tekeningen gemaakt, staat te lezen op de cover het vierde deel van Querido's Poëziespektakel. Het initiatief van schrijver/dichter/illustrator Ted van Lieshout houdt stand en is inmiddels een soort van catalogus van de Nederlandse kinderpoëzie.
Weinig uitgevers durven nog poëzie uit te geven, of het moet om iemand als Toon Tellegen gaan. In de oogst kinderboeken van de afgelopen maanden ontwaar ik slechts een enkele dichtbundel, waaronder Likmevestje van Elma van Haren. Querido's Poëziespektakel vervult zeker een leemte maar het moet niet zo zijn dat dichters louter op dit soort verzamelbundels zijn aangewezen. Deze verzameling heeft eerder de functie van een catalogus: kijk eens wat er allemaal voor moois wordt geschreven en getekend, en minder moois ook trouwens. Talenten staan op (Simon van der Geest trapte zijn bekroonde Dissus af in deel 2) en bewezen dichters (Leendert Witvliet, Karel Eykman) bewijzen zich opnieuw. Uitgevers, scholen en andere geinteresseerden kunnen er uit shoppen en er een vervolg aan geven. Met die functie blijft het een uiterst nuttig en bijna noodzakelijk project, niet in de laatste plaats voor dichters en illustratoren zelf.
Zoals in iedere bundel sorteert Van Lieshout de gedichten op thema's wat vaak verrassende en grappige combinaties oplevert. Het meandert van versen over hondjes, zusjes naar gedichten over verliefdheid en dromen. Er staan in deze bundel relatief veel bijdragen die op het randje van de kinderpoëzie zitten, een grens die uitermate vaag is natuurlijk. Vijf draken verslagen is deels een hommage aan Annie M. G. Schmidt, de titel komt uit haar gedicht De ridder van Vogelenzang en haar schaap Veronica wordt op verschillende manier lof toegedicht.
Zo uitgekristallisseerd als de vorige bloemlezing is deze bundel niet; het spektakel is er een beetje vanaf. Na zoveel gedichten hap je naar adem; door de kwantiteit, de enorme diversiteit aan vormen en thema's. Het valt niet mee om het koren van het kaf te scheiden en uitschieters kent de bundel dan ook niet echt, al ben ik erg gecharmeerd van dit kleine liefdesgedichtje van Tanneke Wigersma:
Mijn hart is een rood hondje
 dat blaft en bijt misschien.
Maar dat kwispelend rent 
als jij in de buurt bent 
en vooral als jij dichtbij bij me bent.
Gedichten zijn gepubliceerd met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.

donderdag 3 november 2011

..zag jij misschien

...zag jij misschien dat ik naar jou,
dat ik je zag en dat ik zag hoe jij
naar mij te kijken zoals ik naar jou
en dat ik hoe dat heet zo steels,
zo en passant en ook zo zijdelings -
dat ik je net zo lang bekeek tot ik
naar je staarde en dat ik staren bleef.
Ik zag je toen en ik wist in te zien
dat in mij leven zoveel is gezien
zonder dat ik het ooit eerder zag:
dat kijken zoveel liefs vermag.
Joost Zwagerman. Uit: Zoen me tot ik spin. Gedichten over de liefde. Illustraties Wolf Erlbruch. Querido, 2011.
Achttien gedichten over liefde: bekende, onbekende, zonnige, feestelijke gedichten over liefde. Niet over de loopgraven, de jaloezie, de woede of de angst maar over de verrukking, de magie en zoetheid. Alle illustraties gaan over verliefde dieren. Dat is een beetje raar in een bundel over mensenliefde. Het zijn wel mooie, warme, sterke tekeningen.
Dit gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.

maandag 31 oktober 2011

Halloween Allerheiligen Allerzielen

Iedereen wordt het, echt waar, iedereen
al zie je het meestal niet erg meteen.
Mensen die oud zijn met rimpeltjesvel
die zijn het, ja zijn het, altijd al wel.

Ze hebben geen vader of moeder meer,
dat lijkt heel gewoon, toch voelt het als zeer.
Ze gaan niet huilen, maar fijn is het niet
het lijkt een beetje op schemerverdriet.

Niemand zegt trots 'lieve kind toch van mij',
die zin is voorgoed, voor altijd voorbij.
Je bent van niemand meer en hoe je was
begint bij wat jij weet dus later pas.

Wanneer ouders dood zijn, ben jij ook weg,
terwijl je gewoon praat over de heg,
ver zwemt in de zee of lekker lui leest
je bent nooit meer zoals je bent geweest.

Wees zijn, ik denk dat je dit wel gelooft,
is zwaar voor je hart en zwaar voor je hoofd.
En oude mensen, zo breekbaar als wat
zijn dat soms doodgewoon heel erg zat.
Wees. Co Baas-Hazenbosch. Uit: Vijf draken verslagen. Samenstelling Ted van Lieshout. Querido, 2011.
Het is bijna weer Allerheiligen/ Allerzielen. Dan verzorgen mensen de graven van hun geliefden, zetten lichtjes en bloemen neer en zingen liedjes voor hun doden. In veel kerken zijn gisteren kaarsen aangestoken en de namen genoemd van mensen die het afgelopen jaar zijn gestorven.
Allerheiligen is op 1 november, Allerzielen op 2 november. Allerheiligenavond of Halloween, de avond van 31 oktober, was vroeger voorbereidingsavond. Nu is het een verkleedfeest.

In de Iers-Keltische traditie begon het nieuwe jaar op 1 november. 31 oktober was dus oudejaarsavond. De oogst was binnen, tijd voor een vrije dag, het Keltische nieuwjaar Samhain. De Kelten geloofden dat de geesten van de gestorvenen van het afgelopen jaar op 31 oktober terug kwamen om te proberen een levend lichaam in bezit te nemen voor het komende jaar. Ze droegen maskers om de boze geesten te weren. Later vermengden deze Keltische tradities zich met Romeinse en christelijke. Tegenwoordig bedenken mensen ook nieuwe rituelen om de doden te herdenken.  Meer lezen ? Allerheiligen en Allerzielen

donderdag 27 oktober 2011

Ze hadden alles, alles, alles, alles al geroofd.

De rovers en de maan
Er waren eens drie rovers en ze woonden in een hol.
Het was erg ongezellig, want het stond er vreselijk vol.
Er stonden koffers vol met goud en kisten diamanten
en zakken vol met zilverwerk, in oude ledikanten.
Ze zeiden treurig alle drie: Wat akelig is dat.
We willen weer gaan roven, maar we weten niet meer wat.
Ze piekerden en piekerden en krabden op hun hoofd.
Ze hadden alles, alles, alles, alles al geroofd.

't Was donker in het hol, maar door een kiertje scheen de maan,
een mooie ronde volle maan. Ze keken elkander aan...
De maan! Dat was een prachtidee. Díe zouden ze gaan roven!
Naar boven, jongens, zeiden ze. Onmiddellijk naar boven!
Ze namen de toren van Lutjebroek en die van Overschie
en die van Geldermalsen en toen hadden ze er drie.
Die torens zetten ze op elkaar. Ze klauterden naar boven.
Ze waren vastbesloten om die nacht de maan te roven.

Twee rovers deden hun ogen dicht, omdat ze duizelig werden.
Pak jij 'm maar. Doe jij het maar! zo zeiden ze tegen de derde.
De derde rover nam de maan en klauterde naar benee.
Kijk uit! Kijk uit! En hou 'm vast, zo riepen de andere twee.
De maan was zwaar en spiegelglad, en toen opeens, wat stom,
hij liet 'm uit z'n handen glijden - rommelebommelebom! -
De maan viel naar beneden en kwam met een plons terecht,
zo ergens in de buurt van Loenen, midden in de Vecht.
Het gaf een sisser: Sssst en SSSST! Toen was het stil als 't graf.
Zodat we kunnen zeggen: Dat liep met een sisser af.

Gelukkig is er ergens (ja, ik weet niet of je 't weet)
een groepje oude heren, een commissie, en dat heet:
Commissie ter Bevordering der Belangen van de Maan.
Die keken net naar boven en ze zagen 'm niet staan!

De maan is weg! zo riepen ze. Wat moeten we nou doen?
We kunnen toch niet leven zonder maan met goed fatsoen?
Maar weet je wat? Het is nog niet zo'n vreselijke strop:
We hebben nog een oude maan. Die hangen we wel op.

De rovers kropen in hun hol, totaal versuft van schrik.
Daar zitten ze te bibberen, tot aan dit ogenblik.
En jullie weet nu allemaal: de maan die je ziet staan
is eigenlijk de echte niet. 't Is een reserve-maan.
Annie M.G.Schmidt. Uit: Een vijver vol inkt. De mooiste kindergedichten van Annie M.G. Schmidt. Met tekeningen van Sieb Posthuma. Querido, 2011.
"De mooiste kindergedichten van Annie M.G.Schmidt" staat er op de kaft van dit nieuwe boek. 
Zijn het echt haar mooiste kindergedichten? Daar kun je lang over praten. Maar waarom zou je?
Sebastiaan, Dikkertje Dap, Ik ben lekker stout, Het fluitketeltje en De heks van Sier-kon-fleks staan erin. De ridder van Vogelenzang. Het Stoute-Kinder-Huis en De lapjeskat. 
Allemaal hebben ze een nieuw gezicht, bedacht door Sieb Posthuma. Dat is gek, al die oude bekenden zien er opeens anders uit, Daar moet je even aan wennen.
Maar oh wat een mooie, feestelijke tekeningen zijn het. Het menselijk tekort spat van de pagina's; onschuld, schrik, dikdoenerij, ijdelheid, schaamte en vasthoudendheid lachen je toe. Sebastiaan die met een vrolijke grijns de bezem uitdaagt, die hem vlug in de stofzuiger laat verdwijnen, de andere spinnen huilend achterlatend. De sprookjesschrijver, als een bedachtzaam ontdekkingsreizigertje zijn kroontjespen in zijn tuinvijver vol inkt dopend. Bladzijden vol springerige, eigen wezens, elk gedicht zijn eigen sfeer. Posthuma heeft prachtig werk geleverd.
Is er niks te klagen? Jawel. Het omslag is erg  donker, dat vinden kinderen meestal niet leuk. De tekening bij 'Lekker Stout' had spannender gekund. Er is altijd iets te vinden als je wilt, maar alles samen genomen is het  een heerlijk boek. 
Dit gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.

maandag 24 oktober 2011

Jachtseizoen

Missen

Samen hebben de dieren in het bos
de jager een kaart gestuurd met, in
mooie letters van harte beterschap.

Met de jager kunnen ze erg lachen
want hij schiet altijd helemaal mis.
Vandaar die kaart: ze missen elkaar.
Dat ze elkaar maar weer enorm mogen missen deze herfst.
Gerard B. Berends. Uit: Fluit zoals je bent. Samenstelling Edward van de Vendel. Ill. Carll Cneut. Querido, 2009.
Dit gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.

donderdag 20 oktober 2011

Parfum

Badkamerweerbericht:
storm en regen.
Het waait uit een flesje,
wat doe je ertegen?
Wolken van geur
en zelfs wat spatjes.
Wangen van moeder worden al gladjes,
wangen van vader worden al klets,
neerslag van allerlei
eau de toilettes.
Waarschuwing:
plaatselijk valt nog een vlaag.
Dit
was het parfumjournaal
voor vandaag.
Edward van de Vendel. Uit: Superguppie krijgt kleintjes. Ill. Fleur van der Weel. Querido, 2005.
Dit gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.

maandag 17 oktober 2011

De fijne was

Geen stap kan ik zetten in dit huis
zonder een woord van mijn ma
Over handdoeken op stapel en op kleur
Over de zin van de mat
Over de kalkaanslag in het bad
Over mijn oksels en hun geur
De vuile sokken onder mijn bed
En de koffie die twee keer
met hetzelfde filter is gezet
Alles moet schoon, recht en fris
Ze controleert mijn tanden, mijn zolen
en als het even kan
de zuurtegraad van mijn spuug als ik slis

Dus toen mijn moeder in de badkamer
zo voor de wasmachine zat
Met een grote stapel vuile was
klaar op de badkamermat
Toen...duwde ik haar erin

Deurtje dicht
Flink heet wassen
en veel wasverzachter
Heel veel wasverzachter moest erbij

Mijn moeder had me moeten zien
zo keurig als ik alles deed
Maar ze was een beetje in de war
toen ze schoon en zacht uit de droger gleed
Tanneke Wigersma. Uit: Vijf draken verslagen. Querido's Poëziespektakel 4. Samenstelling Ted van Lieshout. Querido, 2011.
Bovenstaand gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.

woensdag 12 oktober 2011

Gezien in een etalage

Gezien in een etalage
een slapende cyperse kater
vorstelijk gedrapeerd
over twee met paars papier
beklede groentekistjes
en even later op de achterkant
van een geparkeerde vrachtauto:
VIULAK IK WIL GEWASEN WORDEN!
Een welbestede dag.
Hanny Michaelis. Uit: Als je goed om je heen kijkt, zie je dat alles gekleurd is. Gedichten voor kinderen van alle leeftijden, gekozen door Tine van Buul en Bianca Stigter. Querido, 2006.
Het gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.

maandag 10 oktober 2011

De onderhond. Voor Sien

De onderhond
Ik ben de arme onderhond,
ik ben niet erg bijzonder.
De meeste andere honden zijn
veel groter en gezonder.

Bij mij gaat altijd alles mis,
dan krijg ik op mijn donder.
Zíj krijgen vaak een vette kluif
en ík zit altijd zonder.

Ook ben ik 's nachts een beetje bang
voor bliksem en voor donder
en als ik die tekeer hoor gaan
dan duik ik ergens onder.

Een lage tafel of een bank,
een plekje dat ik ken.
Dan denkt het onweer heel misschien
dat ik er niet meer ben.
Rikkert Zuiderveld. Uit: Scheurkalender jeugdpoëzie Zwemmen met je kleren aan, 5 oktober 2011. Van Gennep, 2010.
Schrijvershond Sien van schrijversduo Jan Paul Schutten en Bibi Dumon Tak schrijft vandaag op twitter: 'Ik hoop dat ik als de Kinderboekenweek voorbij is eindelijk weer te eten krijg en uitgelaten word...' Wat ZIELIG! Speciaal voor Sien, die erg van pens houdt en ook bang voor onweer is, dit gedicht. 

vrijdag 7 oktober 2011

Levensvraag van een held

hoe lang duur ik ongeveer
het komt niet op een jaar
is er iemand iemand iemand
ooit, die zegt: nu ben je klaar

met wespen redden uit de vijver
en vogels uit de kat
met vleugels spalken, vlinders
vliegen vissen uit het bad

en wakken maken voor de eenden
als het weer eens vriest
en in de deuren luikjes maken
zodat de kat niet binnen piest

ik heb enorm mijn best gedaan
maar niemand die het merkt
dus vraag ik u of wie dan ook
wanneer ben ik uitgewerkt?
Kate Schlingemann. Uit: Vijf draken verslagen, Querido's poëziespektakel 4. Samenstelling Ted van Lieshout. Querido, 2011.
Bovenstaand gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.

Nobelprijs literatuur 2011 naar Tomas Tranströmer

Het station
Een trein is binnengerold. Rijtuig na rijtuig staat hier,
maar geen deur gaat er open, niemand stapt in of stapt uit.
Zijn er wel deuren? Daarbinnen wemelt het
van opgesloten heen en weer bewegende mensen.
Zij staren naar buiten door de onwrikbare ramen.
En buiten loopt een man langs de trein met een moker.
Hij slaat tegen de wielen, een zwak gegalm. Behalve hier!
Hier zwelt de klank onbegrijpelijk aan: een blikseminslag,
de klank van een domklok, een wereldomvamende klank
die de hele trein en de omringende natte stenen mee optilt.
Alles zingt. Jullie zullen je dit herinneren. Reis verder!
Fantastisch nieuws dat de Zweedse dichter Tomas Tranströmer de Nobelprijs voor Literatuur 2011 heeft gewonnen. Dat werd tijd.
Tomas Tranströmer. Uit: Het wilde plein. Gedichten 1948-1990. Vertaling en nawoord J. Bernlef. Bezige Bij, 1992.

Bert en Bart redden de bibliotheek

Heb je het kinderboekenweekgeschenk Bert en Bart redden de wereld al uit? Dan kun je hier verder lezen over Bert en Bart: vijf dagen lang Bert en Bart redden de bibliotheek

dinsdag 4 oktober 2011

Gouden Griffel 2011 voor Simon van der Geest

Foto:  ANP

Simon van der Geest is dit jaar de winnaar van de Gouden Griffel, de prijs voor het mooiste Nederlandstalige kinderboek.

De jury bekroonde zijn Odysseusbewerking Dissus en roemde het om de rake gevoelens en de virtuoze taal. Een klassiek verhaal in een gedurfd nieuw jasje van goede snit. Dissus getuigt van vakmanschap, passie, verbeeldingszin en schrijflust. Een dynamisch avontuur dat laat zien hoe zeer de literatuur leeft en hoe volwassen de jeugdliteratuur kan zijn’, aldus de Griffeljury. ''Schijnbaar nonchalant verwerkt hij herhalingen, alliteraties en binnenrijm tot ritmisch goed lopende verhalende dichtregels, die bijna muzikaal aandoen. Wie Dissus leest, danst op het ritme van de taal.''

Simon van der Geest (1978, Gouda) debuteerde als kinderboekenschrijver in 2009 met Geel gras. Dissus is zijn tweede boek. Hierin vermengt hij het verhaal van de held Odysseus met zijn eigen jeugd in een klein dorp.
Ook de illustraties van Jan Jutte krijgen een pluim van de jury. Zij passen volgens haar bij de dynamiek van het verhaal. Bovendien: ''De zwart-rode kleurstelling refereert aan de natuurlijke kleurtinten uit het oude Griekenland en legt hiermee ook een verbinding met het origineel.'' Lees het Juryrapport van de Griffeljury 2011 (pdf, 190 kB).

Stem uit de glasbak. Gouden Griffel 2011?

Ik schop wat scherfjes aan de kant als ineens van binnen uit de glasbak
een stem klinkt,
hol en honingzoet:

'Lieve Dissus, lieve Dissus,
vergeet niet, ik,
ik zal je nooit
vergeten, nee,
vergeet mij niet.
Kom maar dichter,
dichterbij.
Ik zal je helpen.
Hier. Van mij.'

En uit het gat van de glasbak
steekt een ranke arm, een hand,
ze houdt een colaflesje vast
met daarin een bruine drab

'Kirke,' stamel ik, 'dankjewel,'
en terwijl ik het pak,
raak ik haar vingers, heel even maar,
en weg is de hand, de gloed, de stem

Hoe diep ik ook naar binnen tuur,
alleen maar scherven,
muffe lucht
en schimmelklodders jam
Simon van der Geest. Uit: Dissus. Illustr. Jan Jutte. Querido, 2010.
Krijgt Dissus vanavond op het Kinderboekenbal de Gouden Griffel 2011? Dat zou wel moeten. Het is  origineel, fantastisch geschreven en op alle fronten vernieuwend. Bovendien is het veel te lang geleden dat de Gouden Griffel naar poëzie ging. Ja, ik weet dat dat een oneigenlijk argument is. Het beste boek moet winnen. Dissus dus.
Nou vooruit. 'Ik leer je liedjes van verlangen en aan je apenstaartje hangen' van Bette Westera mag ook. Of het 'Boeboek' van Imme Dros. Al heeft de jury zich dan vergist.
Bovenstaand fragment is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.

maandag 3 oktober 2011

Jackpot!

Het papiertje ligt verfommeld voor Doenja op de grond. Uit het doosje haalt ze een zaklamp: een plat model, met een hendel eraan. Moet ze daaraan draaien? Ze slikt. Niet sip kijken. Denk aan Afrika. Daar zijn de kinderen nog veel slechter af. Zij zijn al blij met een ei bij het ontbijt. Ze mag niet ondankbaar zijn. Het doosje keert ze om. 'Honderd keer draaien voor optimaal licht,' leest ze hardop voor. 
Arja Veerman. Uit: Jackpot! Illus. Babiche. Clavis, 2011. Leeftijd 9-13.
Stel je vraagt een Nintendo voor je verjaardag. Die krijg je niet. Wel een staatslot. Wat doe je? 
Doenja aarzelt geen seconde. Ze wint toch nooit wat. Ze verkoopt het lot aan haar moeder voor twintig euro. Een geweldige vergissing. Haar moeder wint de jackpot van 13,1 miljoen euro en slaat compleet op tilt. Doenja bedenkt een plan.
Eigentijds, origineel debuut van Arja Veerman is met een ongelooflijke vaart geschreven in een uitgebeende stijl en hier en daar erg grappig  Personages hadden meer diepgang gemogen, het slot gaat te snel, de moeder is een karikatuur maar zo blijft er wat te wensen over voor een tweede boek. Veerman kan schrijven.
Regionale schrijfwedstrijd Utrecht en omstreken 'Wat zou jij doen als je 1 miljoen wint?' Schrijf jouw verhaal en win een staatslot, een boekenbon of een gesigneerd exemplaar van Jackpot! Zie Schrijfwedstrijd Jackpot!

woensdag 28 september 2011

Wat je ziet zit in je hoofd

Opnieuw
Eén gedicht is nooit genoeg -
tienduizend evenmin.
Het moet opnieuw, opnieuw,
opnieuw moet iemand schrijven
hoe verliefd, verdrietig, blij
hij - steeds opnieuw moet iemand
daar woorden voor zoeken en
die moeten bij elkaar zoals
ze nog nooit hebben gestaan.

Iemand moet dit lezen.
Steeds opnieuw
voor het eerst.
Kees Spiering. Uit: Wat je ziet zit in je hoofd. Samenstelling Jan van Coillie. Illustraties Kristien Aertssen. Davidsfonds/Infodok, 2011.
Ondertitel van dit boek: 'De 100 mooiste kindergedichten van nu'. Samensteller Jan van Coillie heeft, zegt hij in het voorwoord, "de mooiste en leukste gedichten voor kinderen die verschenen tussen 2000 en 2010",  voor deze bloemlezing uitgekozen. Criteria: "originaliteit, authenticiteit, de juiste spanning en vakmanschap".
Het is echt een heerlijk gedichtenboek geworden waar je elke dag in wilt lezen, met een harde kaft, lekker dik papier, veel prikkelende fullcolour tekeningen en gedichten van bijna alle bekende Nederlandstalige kinderdichters van nu. Gedichten van Edward van de Vendel, Ted van Lieshout, Eva Gerlach, Hans en Monique Hagen, Jos van Hest, Jaap Robben, Gil Vander Heyden, Bette Westera, Leendert Witvliet, Johanna Kruit, Erik van Os & Elle van Lieshout, Riet Wille, Andre Sollie, mijzelf en nog meer. 
Ik mis alleen Imme Dros.  

maandag 26 september 2011

Waarom ik? Ik! Wie is dat?

Weet een regenworm wie hij is? Zijn wij mensen een soort apen? Waarom ben ik hier?
 Vanavond worden op het Griffeldiner de Zilveren Griffels 2010 uitgereikt. Winnaar in de categorie 'Informatief' is het boek 'Ik! Wie is dat?'
"Wie je bent, wordt of wilt zijn, ligt niet meer vast bij je geboorte, maar het is ook niet zo dat je alles naar je hand kunt zetten. Vergelijk het met een bos. Eén enkele boom maakt geen bos, hoe hard hij ook zijn best doet. Er zijn een heleboel zaken die belangrijk zijn voor wie je bent, die je niet zelf in de hand hebt. Die worden je 'gegeven' door het leven. Je ouders bijvoorbeeld, kun je niet kiezen. Dat kunnen lieve, zorgzame en warme mensen zijn die je zelfvertrouwen en veiligheid bieden. Maar er zijn ook ongeduldige, koele of drukke ouders die weinig tijd hebben en je onzeker maken. Ook hoe je eruitziet, heb je niet voor het kiezen. Profbasketballer worden als je 1.68 m. bent? Helaas, dat gaat niet lukken. En ook een carrière als fotomodel is niet voor iedereen weggelegd."
Wie ben je eigenlijk? Weet je dat zelf? Iedereen wil iemand zijn of iemand worden. Maar wie en waarom? Ben je wie je wilt zijn of speel je een rol? En hoe weet je wat je wilt? Door naar anderen te kijken en te luisteren? Of door zelf te filosoferen? Leer meer over jezelf in Ik! Wie is dat?, een boek geschreven door professoren van de Kinderuniversiteit van Tilburg.
•Wie ben ik? - door Erik Borgman en Diederik Stapel
•Ik, jij en wij - door Rein Nauta, Wim van de Donk en Ilja van Beest
•Ben ik een aap? - door Raymond Corbey
•Wij en zij - door Arie de Ruijter
•Waarin geloof jij? - door Herman Beck en Tineke Nugteren
•Ik, versie 2.0 - door Jaap van den Herik en Han Somsen
•Steeds meer 'ik' - door Gabriël van den Brink
•Je wordt wat je doet - door Margriet Sitskoorn
•Je bent wat je hebt - door Marcel Zeelenberg en Niels van de Ven
•Waarom ik? - door Monique van Dijk - Groeneboer en Stefan Gärtner
•Het einde van ik.... - door Carlo Leget en Paul Post
Ik! Wie is dat? Tekst: Marga van Zundert (tevens coördinatie), Irene Herbers, Mirjam Vossen, Rik Oerlemans, Corine Schouten en Tineke Bennema. Ill. Helen van Vliet. Zwijsen, 2010.

woensdag 21 september 2011

Lego

Elke avond gegeten, geslapen,
van lieverlede steeds minder
hier ouderlijk thuis en in  pyjama;
oesters geproefd, buitenisssige vissen,
tientallen bluesgitaristen
en vierstemmige vijftiende-eeuwse
missen gehoord, minstens vijftig
paar schoenen versleten,
twaalf fietsen, een combiketel
enzovoort. En al die tijd
stond het hier nauwgezet niet
te veranderen: dit roodwit
bouwwerk met erkers, kantelen,
bedachtzaam in elkaar gestoken
door kleine keurige handen, ooit
een laatste keer opgeborgen
en vergeten, in deze doos,
deze kast, donker van jaren.
Erik Menkveld. Uit: De karpersimulator. De Bezige Bij, 1997/Scheurkalender voor Jeugdpoëzie 19 september, Van Gennep, 2010

maandag 19 september 2011

25 september feestelijke opening 'Het regent zonlicht'

Op zondag 25 september is de feestelijke opening van 'Het regent zonlicht', een tentoonstelling van de originele illustraties uit de gelijknamige dichtbundel van Koos Meinderts en Annette Fienieg. Koos Meinderts leest voor en er is livemuziek van Leine en Thijs Borsten, die ook de cd maakten. De opening is aan de A.Mayerlaan 23 in Utrecht, vanaf 16:00 uur. Kijk voor meer info op de website van Koos Meinderts en Annette Fienieg.
De dag loopt op zijn einde
hier en daar gaan lichten aan.

Je hoort een kind pianospelen,
iemand met de deuren slaan.

Al die huizen
al die ramen
al die mensen
van wie je de naam niet kent.

Je hoort het vloeken van een vader,
ergens valt een glas kapot.
Iemand roept de poes naar binnen,
iemand doet alvast de deur op slot.

Een etage hoger staat een man
eenzaam voor het raam te staan.
In het huis ernaast zie je zijn buren
dansend door de kamer gaan.

Al die huizen
al die ramen
al die mensen
van wie jij er eentje bent.
'Al die huizen' van Koos Meinderts. Uit: Het regent zonlicht. Illustraties Annette Fienieg. Lemniscaat, 2010.

vrijdag 16 september 2011

Pas op gevaarlijk leesvoer. Rijmsoep

's Keizers kleermaker, mijnheer Grijs,
had zijn zaak naast het paleis.
Zo kon de keizer wel twaalf keer
elke dag naar hem heen en weer.
Want hij was verzot op kleren:
pakken, mantels, hoeden, veren,
gestikte vesten van rode zij,
paarlen knoopjes op een rij.
Het paleis was vol goud en pilaren,
en lakeien en kamerdienaren,
die de hele dag niets anders deden
dan persen, strijken en de keizer kleden.
Maar kleren kunnen gevaarlijk zijn
voor keizers met 'n minibrein.
Bij hem kwamen op de eerste plaats
zijn kleren, en de mensen 't laatst.
Neem nou de lakei die per ongeluk
iets morste op een kledingstuk.
Hij werd dadelijk in het openbaar
opgehangen aan zijn haar.
Een andere lakei, die jammer genoeg
bij het borstelen een pluisje oversloeg,
werd levend gekookt, net als een kreeft,
iets wat men maar zelden overleeft...
Bekende sprookjes en verhalen als De nieuwe kleren van de keizer, Ali Baba en de veertig rovers, Hans en Grietje en Aladdin en de wonderlamp venijnig herverteld en op rijm gezet door meesterverteller Roald Dahl, afgewisseld met onzingedichtjes als: 
'Iene, Martine, Contramine
hoe staat je tuintje erbij?'
'Ik woon net in een torenflat,
dus vraag dat niet aan mij.'
Dahls licht kwaadaardige verteltoon sijpelt vrolijk door de teksten , de oorspronkelijke geweldige tekeningen van Quentin Blake zijn gelukkig gehandhaafd. In de vertalingen hapert het ritme soms wat en jammer dat het omslagontwerp is veranderd, het oude had meer pit. 
Tien procent van de auteursopbrengst van dit boek gaat naar de Roald Dahl Foundation, die hulp, geld en zorg geeft aan kinderen met hersen-, bloed- en leesvaardigheidsproblemen.
Rijmsoep (opnieuw uitgegeven). Roald Dahl. Illustr. Quentin Blake. Vertaling Huberte Vriesendorp. De Fontein, 2011.

dinsdag 13 september 2011

Aesopus in Afrika: fabel van De oude leeuw

Was de Griekse fabelverteller Aesopus (ca. 620 - ca. 560 voor Christus) een Afrikaan? De Zuid-Afrikaanse schrijfster Beverley Naidoo denkt van wel.
"Zijn naam en zijn verhalen leven nog altijd voort" schrijft ze in het voorwoord van 'De hond, de haan en de jakhals'. "Nog steeds wordt er naar geluisterd en van genoten en zijn er mensen die ze opnieuw willen vertellen. Dit keer was het mijn beurt...Wie volgt?"
Er was eens een oude leeuw die te oud en te zwak was om zelf op jacht naar voedsel te gaan. Vroeger deden zijn wijfjes dat voor hem en paste hij op de kleintjes. Maar die tijd was voorbij. Zijn wijfjes waren gestorven, en de kleintjes waren volwassen en gingen allemaal hun eigen gang.
De oude, eenzame leeuw ging op zoek naar een grot en toen hij die gevonden had ging hij in een hoekje liggen en deed alsof hij vreselijk ziek was.
'Ooooh,' kreunde hij. 'Mijn arme oude botten, ooooh.'
Tussen het kreunen door luisterde hij goed of hij iets hoorde bij de ingang van de grot. Maar helaas, het bleef doodstil.
'Aaah,' kreunde hij, een stuk harder nu, en veel zieliger. 'Mijn arme botten, aaah.'
Bij Herodotus is Aesopus een slaaf uit Thracië bij de Zwarte Zee. Wat, oppert Naidoo, als de geschiedschrijver het niet bij het rechte eind had en hij een Afrikaanse slaaf was? Waarom lijkt zijn naam anders zo op het oude Griekse woord voor een zwarte Afrikaan: 'Aithiops'?  Waarom komen in zijn fabels zoveel Afrikaanse dieren voor en hebben die zo vaak een moraal, net als andere Afrikaanse volksverhalen? 
Naidoo plaatst de - veelal klassieke - fabels in een Afrikaans landschap, maakt van het everzwijn een wrattenzwijn en van de vos een jakhals. Haar droge vertelstijl, de kleurige, karakteristieke, humoristische tekeningen van Piet Grobler en de soepele vertalingen van Koos Meinderts doen de rest en zorgen voor een prachtig verhalenboek. 
De hond, de haan en de jakhals. Beverley Naidoo. Illustr. Piet Grobler. Vertaling Koos Meinderts. Lemniscaat 2011.

donderdag 8 september 2011

Ik zing mijn huis

Mijn huis geeft altijd licht. Al van ver
wenkt het mij met wijdopen ramen.
In elke hoek wonen verhalen
waarin ik mijn eigen plekje heb.

Welke trede van de trap zal kraken?
Nergens kennen mijn voeten beter de geluiden.
Hier kan ik  nooit verdwalen.
Ik volg gewoon de geur die alleen ik ken.

Mijn huis weegt altijd licht.
Het woont in mij zoals woorden
in een lied, jij kent het niet.
Ook al ben ik ver van huis,

ik zing mijn huis met elke stap.
Uit: Wat van de liefde niet gezegd kan worden. Daniel Billiet. Ill. Heide Boonen. Afijn/Clavis, 2006.

maandag 5 september 2011

Er zit een knak in mijn zak

Heb jij dat nou ook wel eens?
Een FROMMEL
tussen je ROMMEL?
Of een BLA
in je LA?
Of een KNAST in je KAST?

Laatst zat er
- zeker weten -
een KORNIJN
in ons GORDIJN

En er  stond een TOK
naast onze KLOK...

In het huis waar ik woon
zijn zulke dingen
heel gewoon.
Dwarse taalkolder voor beginnende lezers waar elke taalveteraan zijn vingers bij aflikt, gecombineerd met oersterke tekeningen: niemand kan het zo fenomenaal als Dr. Seuss. Hijzelf is al twintig jaar dood, maar zijn kinderboeken zijn moderne klassiekers die geen enkel kind mag missen.
'Groene eieren met ham', 'De kat met de hoed', 'Het voetenboek', 'Er zit een Knak in mijn Zak' en een werkboekje om zelf te oefenen met woorden: in het Dr. Seussleeskoffertje vind je ze allemaal bij elkaar in  smakelijke vertalingen van Bette Westera. Megagrappige,  hoogwaardige leescuisine voor iedereen boven de zes.
De kat met de hoed leeskoffer. Dr. Seuss. Vertaling Bette Westera. Gottmer, 2011.